Start Normen Lawaai en gehoorbescherming
Deze pagina afdrukken Deze pagina doorsturen

Geluid

Lawaai en gehoorbescherming

Goedgekeurde norm
Wordt gehanteerd door
de Arbeidsinspectie.
Inleiding

Sommige werkzaamheden in praktijklokalen, zoals het gebruik van machines, maken veel lawaai. Het geluidsniveau kan zo hoog zijn, dat het schadelijk is voor het gehoor en tot permanente gehoorbeschadiging leidt.

Norm

Binnen de school is een plan aanwezig om lawaai - bij voorkeur aan de bron - te bestrijden en is het, bij werkzaamheden met mogelijk schadelijk geluid, verplicht gehoorbescherming te dragen.

Minimumeisen
  •  Met behulp van indicatieve geluidsmetingen (minuutgemiddelden in dB(A) bij diverse werkzaamheden en machines) worden alle lawaaizones in kaart gebracht en beoordeeld. Daarbij wordt bepaald welke werknemers blootgesteld zijn aan dat lawaai.
  • Alle plaatsen, werkhandelingen en machines met (mogelijk) schadelijk geluid of lawaai (> 80dB(A)) zijn bekend en aangegeven met borden of markering op de grond of op het apparaat.
  • Er is een plan om het lawaai te bestrijden en te beheersen. In dit plan zijn volgens deze rangorde maatregelen opgenomen:
    • bij meer dan 80 dB(A) wordt gehoorbescherming beschikbaar gesteld.
    • bij meer dan 85 dB(A) wordt lawaai aan de bron bestreden - in onderstaande volgorde - door:
      1. een andere machine of andere techniek toe te passen
      2. omkasting, afscherming, ontdreuning van lawaaibronnen/werkstukke
      3. beperkte tijdsduur van blootstelling aan lawaai.
    • bij meer dan 85 dB(A) wordt gehoorbescherming verplicht gesteld.
  • Er worden zoveel mogelijk lawaaiarme (minder dan 80 dB(A) ) machines en gereedschappen ingekocht, zoals: lawaaiarme zaagbladen en freeskoppen en geluidsgedempte compressoren en luchtgereedschap.
  • Er vindt regelmatig onderhoud en afstelling van de machines en gereedschappen plaats. Door goed onderhoud en juiste afstelling ontstaat minder lawaai. Denk aan: lekke persluchtleidingen, trillende apparatuur, lagers en tandwielen.
  • De overdracht van lawaai wordt zoveel mogelijk beperkt door:
    • aanbrengen van scheidingswand tussen lawaaibron en overige werkplekken (bijvoorbeeld houtbewerkingsmachines in aparte ruimte).
    • lawaaiproducerende apparaten in gescheiden ruimte (zoals compressor en afzuiginstallatie).
    • baffles en lamellen aan het plafond zijn geschikt om de akoestiek te verbeteren.
    • organisatorische maatregelen zijn getroffen om blootstellingsduur en aantal blootgestelden te beperken.
  • De leiding heeft expliciet de opdracht om overal waar het geluidniveau meer dan 80 dB(A) bedraagt, vóór begin van de werkzaamheden instructie en onderricht te geven over lawaairisico en beschermende maatregelen en er op toe te zien dat gehoorbeschermingsmiddelen daadwerkelijk worden gedragen op plaatsen waar dit noodzakelijk is.
  • Op plaatsen waar gehoorbescherming noodzakelijk is, zijn voldoende gehoorbeschermingsmiddelen beschikbaar. Deze middelen zijn van een CE-markering voorzien. De gebruiker kan uit enkele verschillende typen adequate gehoorbeschermingsmiddelen kiezen.
  • Voor de diverse werksituaties/geluidbelastingssituaties is vastgesteld welk type gehoorbeschermingsmiddel het meest geschikt is. De werking van het gehoorbeschermingsmiddel is ondermeer afhankelijk van:
    • soort en type gehoorbeschermingsmiddel (hoeveel demping)
    • juiste plaatsing in of op het oor (volledige afsluiting)
    • consequent dragen van het middel (discipline)
    • het middel mag de werkzaamheden niet verstoren (denk aan horen van machinegeluiden/alarm en instructies)
      Het middel mag geen overlast bezorgen; geef dus aandacht aan het draagcomfort, eventuele medische aspecten, persoonlijke voorkeur, klimatologische omstandigheden, het soort werk, de vrije ruimte op het werk en de samenhang met eventuele andere persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Aan werknemers die blootstaan aan geluid van meer dan 80 dB(A) wordt een audiologisch onderzoek aangeboden. De deelname is vrijwillig.
Bron

Arbobesluit artikel 6.6, 6.7, 6.8, 6.9, 6.10, 6.10a en 6.11 en 8.1 lid 1 en 2

In de RI&E

zie Arboscan-VO, vraag 12.2-12.4

Tips

  •  Boven 80 dB(A) is er sprake van schadelijk geluid. Een vuistregel om dit te onderkennen is: indien met stemverheffing gesproken moet worden om op 1 meter verstaanbaar te zijn, is het geluidsniveau hoger dan 80 dB(A)
  • In principe zijn er twee typen gehoorbeschermingsmiddelen, t.w. middelen die in het oor gedragen worden (oordopjes etc.) en kappen die over het oor gedragen worden.
  • De arbodienst kan nader adviseren over de mogelijkheden van gehoorbescherming
  • Het audiologisch onderzoek kan door de Arbodienst worden verricht.
  • Voorbeelden van praktijkruimtes waarbij gehoorbescherming noodzakelijk is, zijn: machinale houtbewerking, motorvoertuigentechniek, machines groene ruimte, plaatwerken
  • Lawaai kan ook met organisatorische maatregelen aangepakt worden, zoals:
    • pas geluidsarme technieken toe (bijv. schroeven in plaats van spijkeren)
    • zorg voor scheiding van ruimtes waar werk met en zonder lawaai wordt uitgevoerd zodat werknemers niet onnodig belast worden
    • gebruik niet teveel machines gelijktijdig
    • beperk de tijdsduur dat men aan lawaai wordt blootgesteld zoveel mogelijk
    • beperk leegloop
Bijbehorende schoolvoorbeeld(en)
Geen schoolvoorbeeld beschikbaar
 
Bijbehorende vragen
 
Laatst gewijzigd
28-05-2009

 

Reactie op de norm: Lawaai en gehoorbescherming





Uw opmerkingen / suggesties:

Verzenden    Annuleren

Uw opmerkingen en/of suggesties zijn naar de redactie verstuurd.

Ok

Altijd up-to-date

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste wijzigingen in de Arbocatalogus-VO, volg ons dan via Twitter.

 

     Follow ArbocatalogusVO on Twitter