Start Normen Hanteren van gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen

Hanteren van gevaarlijke stoffen

Goedgekeurde norm
Goedgekeurd door de Arbeidsinspectie.
Vervangt de Arbobeleidsregel.
Inleiding

Bij diverse vakken gebruiken werknemers en leerlingen gevaarlijke stoffen. Ondeskundig hanteren van deze stoffen kan leiden tot gezondheidsschade en veiligheidrisico's. Aan het werken met kankerverwekkende stoffen worden hoge eisen gesteld. Daarom is hiervoor een aparte norm opgesteld (zie norm Hanteren van kankerverwekkende stoffen)

Norm

De school weet in welke situaties werknemers en/ of leerlingen blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen, heeft een register van de aanwezige gevaarlijke stoffen en licht werknemers en leerlingen adequaat in over de risico's.

Minimumeisen
  • Er is een register van de aanwezige gevaarlijke stoffen in het lokaal en binnen de onderwijsinstelling
  • Alle werkprocessen, handelingen, machines en incidentele situaties waarbij gevaarlijke stoffen worden gebruikt, kunnen vrijkomen of ontstaan zijn bekend
  • Situaties waarbij opname (inademen, huidcontact of inslikken) van gevaarlijke stoffen mogelijk is zijn bekend. Het kan zijn dat een gevaarlijke stof alleen wordt gebruikt in een gesloten proces. Bij onderhoud of een calamiteit kan dan sprake zijn van blootstelling
  • Van de gevaarlijke stoffen is informatie aanwezig over mogelijke gezondheidseffecten, zoals productinformatie op het etiket of de productinformatie op losse bladen van de leverancier
  • De medewerkers en leerlingen zijn voorgelicht over de gezondheidseffecten van de gevaarlijke stoffen. Actuele concentraties waaraan leerlingen en personeel worden blootgesteld zijn bekend
  • Op grond van de stoffen, gebruikssituaties en kennis bij de gebruikers zijn maatregelen genomen die het contact met stoffen voorkomen of verminderen
  • Vaak is er keuze uit meerdere maatregelen. De maatregelen kunnen van niveau verschillen. Bij de keuze van maatregelen om blootstelling te voorkomen dient eerst overwogen te worden om het probleem bij de bron uit te schakelen.
    Bij het spuiten van verf kan je bijvoorbeeld watergedragen verf gebruiken. Als bronaanpak niet mogelijk is, zal het risico zo dicht mogelijk bij de bron verwijderd moeten worden. Bijvoorbeeld bij verfspuiten: een spuitcabine of afzuigwand ( = afzuiging). Als laatste moeten pas de persoonlijke beschermingsmiddelen overwogen worden.
    Deze volgorde van maatregelen noemt men de ‘’arbeidshygiënische strategie’’. Een maatregel van een lager niveau mag worden ingezet als de maatregel van het hoger niveau redelijkerwijs technisch, financieel en organisatorisch niet mogelijk is
  • Kankerverwekkende stoffen worden zo min mogelijk gebruikt. Voorbeelden van kankerverwekkende stoffen die niet gebruikt mogen worden: asbest, benzeen, tetra, chloroform, pentachloorethaan, 1,1,2,2-tetrachloorethaan, etc.
  • Niet kankerverwekkende gevaarlijke stoffen worden vervangen of in de juiste hoeveelheid en in gesloten systemen gebruikt. Lokale bronnen van gevaarlijke stoffen zijn voorzien van plaatselijke afzuiging, zoals een afzuigkap boven ets- en ontvettingsbaden, afzuiging van houtstof op houtbewerkingsmachines, zuurkasten bij laboratoriumwerkzaamheden, lasrookafzuiging, afzuiging op uitlaatpijpen van voertuigen en verfspuitcabines
  • Het lokaal moet worden voorzien van mechanische ventilatie. Het vereiste ventilatievoud (= aantal verversingen van de ruimte-inhoud per uur) is afhankelijk van de mate en soort verontreiniging
  • Bronnen van gevaarlijke stoffen zijn in voldoende mate van personen in tijd en/of plaats gescheiden, zoals aparte spuit-, droog-, opslag- en overtapruimtes, ontvettingsbakken
  • Om de kans op inademing en huidcontact te voorkomen worden de juiste adem- en huidbeschermingsmiddelen gebruikt
Bron

Arbobesluit hoofdstuk 4

In de RI&E

zie Arboscan-VO, vraag 13.1, 13.2

Wensen
  • Bij onduidelijkheden of onvoldoende inzicht in de inschatting van de blootstelling kan een deskundige geraadpleegd worden bijv. een arbeidshygiënist die de situatie beoordeelt door een kwalitatief onderzoek (visueel) of kwantitatief onderzoek (metingen)
  • Benzine bij voorkeur vrij van benzeen inkopen en/of contact zoveel mogelijk voorkomen (wasbenzine of kookpuntsbenzine)
Tips

  • Het register is een schriftelijk document (de vorm ervan is vrij) waarin vermeld moet worden:
    • Naam product en vermelding stofnamen (indien voorhanden ook het CAS- nummer vermelden; zie hiervoor het etiket of productinformatie van de leverancier of het chemiekaartenboek).
    • De risico's (onder andere R-zinnen vermelden)
    • Waar de stoffen zijn opgeslagen
    • Kankerverwekkend, ja of nee
    Voorbeeld:
    • Bleekwater (bevat 10% chloorbleekmiddel)
    • Vormt vergiftig gas met zuren (R-31), irriterend voor de ogen en de huid (R-36/38)
    • Magazijn X, stelling Y
    • Niet kankerverwekkend
  • Gevaarlijke stoffen in de verpakking van de leverancier (bij het overbrengen in een andere (kleinere) verpakking moet deze informatie ook op de nieuwe verpakking aangebracht worden) zijn herkenbaar aan het etiket, namelijk:
    • Eventueel een vierkant oranje etiket met zwart gevaarssymbool
    • Vermelding risico-zinnen (R-zinnen)
    • Vermelding veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen)
    • Vermelding stofnaam en producent/leverancier
  • Bronnen voor de inventarisatie van situaties waarbij gevaarlijke stoffen gebruikt worden zijn:
    • Register gevaarlijke stoffen
    • Bestellijsten van inkoop
    • Rondgang magazijnen en opslagplaatsen
    • Beschrijvingen van werkprocessen
    • Voorgaande risico-inventarisaties en risico-evaluaties
    • Bekijken van handelingen en processen
    • Klachten
    Voorbeelden zijn:
    • Houtstof bij zagen
    • Etsvloeistof bij het maken van prints
    • Agressieve cosmetische haarmiddelen
    • Werken met gips
    • Oplosmiddelen
    • Verfproducten
  • In plaats van demonstraties kan men ook video-opnames laten zien. Of iets één keer demonstreren in plaats van het alle leerlingen laten uitvoeren
  • Mogelijke adembeschermingsmiddelen zijn:
    • Maskers die stof filteren P2 of P3 (schuren, slijpen)
    • Maskers met filters die gassen en dampen tegenhouden (let op keuze van het juiste filter)
    • Gecombineerde maskers (voor stof, gassen en dampen)
  • Mogelijke huidbeschermingsmiddelen zijn:
    • Brillen en gelaatschermen
    • Labjassen, schorten en overalls
    • Laarzen
    • Handschoenen (het materiaal van de handschoen moet bestand zijn tegen de gevaarlijke stof)
  • Arbodiensten of een arbodeskundige kunnen adviseren over de mogelijkheden van beschermingsmiddelen
Bijbehorende schoolvoorbeeld(en)
 
Laatst gewijzigd
28-08-2008

 

Reactie op de norm: Hanteren van gevaarlijke stoffen





Uw opmerkingen / suggesties:

Verzenden    Annuleren

Uw opmerkingen en/of suggesties zijn naar de redactie verstuurd.

Ok


Schoolsoort:

Pagina doorsturen: Hanteren van gevaarlijke stoffen



Bericht:

Verzenden   Annuleren

Uw bericht is met een link naar deze pagina verstuurd naar:

Ok