Nee, de arbowet geeft geen maat en getal op het gebied van toezicht. Zij eist dat het toezicht adequaat is en zodanig geregeld dat de school verantwoordelijkheid kan dragen (Dat geldt ook voor in het praktijk-, theorie- of vaklokaal). De werkgever is namelijk verplicht de risico's te voorkomen dan wel te beheersen. De werkgever moet dus bepalen hoeveel toezicht adequaat is. In de praktijk zal het er op neerkomen dat de docent de mate van toezicht zal bepalen. Voldoende toezicht is afhankelijk van de grootte van het risico (op een ongeval) en afhankelijk van de groep leerlingen (een groep pubers kent een andere dynamiek dan een bovenbouw havo/vwo). Het is lastige afweging; voldoende toezicht kan betekenen dat met het afnemen van het risico ook het leerrendement lager wordt (kleinere groepen, minder tijd aan de machine etc.). Deze inschatting moet een school op basis van de RI&E zelf maken.
Een voorbeeld
Een leerling die voor de eerste keer met bijvoorbeeld een frees gaat werken, zal dat in een één op één situatie moeten leren. De rest van de groep staat er bij en leert op dat moment minder of werken aan een werkstuk zonder risicovolle handelingen.
Als een leerling weet hoe hij de frees moet instellen en weet welke risico's kleven aan het werken met de frees en bewezen heeft vaardig te zijn, dan kan het toezicht op die leerling zich beperken zo nu en dan kijken hoe het gaat. De leerling kan voor een deel zelf de verantwoordelijkheid dragen voor veilig werken. Er is dan ook veel voor te zeggen om met een soort certificaat te werken waarop voor elke machine is opgenomen welke instructie de leerling heeft gehad en wat het vaardigheidsniveau van de leerling is.
Meer informatie over toezicht en begeleiding van leerlingen vindt u in de norm Begeleiding en toezicht leerlingen.