Nee. Leerlingen in de onderbouw mogen in ieder geval niet met radioactieve bronnen omgaan. Leerlingen uit de bovenbouw mogen op grond van het Besluit Stralingsbescherming (Artikel 9) slechts onder toezicht van een stralingsdeskundige (minimaal diploma stralingshygiëne niveau 5a) handelingen binnen of buiten een practicumsituatie verrichten. Als een school radioactieve bronnen bezit is de school vergunningsplichtig of meldingsplichtig (zie de inleiding op de wet- en regelgeving). Handelingen buiten het practicum, bijvoorbeeld activiteitsmetingen, zijn te beschouwen als verrichtingen van de leerling vergelijkbaar met arbeid in de beroepspraktijk (laboratoriumwerk). Dan is ook de Arbowet op de leerling van toepassing. De Arbowet en het arbobesluit besteden bijzondere aandacht aan de kwetsbaarheid van jeugdige werknemers (zie afdeling 8 van het arbobesluit).
Dat betekent o.a. dat in de RI&E specifiek aandacht besteed moet zijn aan de gezondheidsrisico's, de voorlichting en het onderricht op de leerling toegesneden moet zijn en zelfs dat leerlingen - afhankelijk van de uitkomsten van de RI&E - in de gelegenheid gesteld worden een Arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. De stralingsbelasting waaraan leerlingen blootgesteld worden is doorgaans zo gering dat een dergelijk onderzoek niet aan de orde zal zijn maar dat moet dan wel blijken uit de RI&E.Een school die radioactieve bronnen in bezit heeft, moet aan een groot aantal verplichtingen voldoen. De vraag is of het uitbesteden van het stralingspracticum, bijvoorbeeld aan het ISP (ioniserende stralen practicum) kostenefficiënter is.