Norm: Hanteren van gevaarlijke stoffen

Inhoud van deze pagina

Vragen

Moet de blootstelling aan gevaarlijke stoffen beoordeeld worden?

Ja. Artikel 4.2 lid 1 van het arbobesluit is daar duidelijke over: “Indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, ongeacht of met deze stoffen daadwerkelijk arbeid wordt of zal worden verricht, worden, in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de aard, de mate en de duur van die blootstelling beoordeeld teneinde de gevaren voor de werknemers te bepalen”.

Dat betekent dat de werkgever een register van alle gevaarlijke stoffen bijhoudt, inventariseert in welke situaties werknemers blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen en of die blootstelling hoger is dan de grenswaarde. De grenswaarden voor blootstelling zijn “op een zodanig niveau vastgesteld dat er geen schade kan ontstaan aan de gezondheid van de werknemer” (artikel 4.3 lid 2).

De overheid kan grenswaarden voor stoffen bepalen; de publieke grenswaarden. Publieke grenswaarden voor gevaarlijke stoffen op stofnaam of CAS-code zijn te vinden bij de SER: http://www.ser.nl/nl/themas/arbeidsomstandigheden/grenswaarden.aspx.
Voor gevaarlijke stoffen waarvoor de overheid geen grenswaarden heeft vastgesteld, moet de werkgever zelf grenswaarden vaststellen. Dat zijn private grenswaarden.

De site Veilig werken met chemische stoffen van de SER helpt bij het vaststellen van private grenswaarden.
Normen voor het omgaan met gevaarlijke stoffen in school zijn opgenomen in de Arbocatalogus-VO: Hanteren van gevaarlijke stoffen.
Uitgebreide informatie over (het bepalen van) grenswaarden, beoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en mogelijke maatregelen is te vinden in de arbocatalogus van de branchevereniging voor geaccrediteerde laboratoria en kalibratie- en inspectie-instellingen in Nederland:  Fenelab Arbocatalogus.

Welke gevaarlijke stoffen mogen wel/niet aanwezig zijn op een school?

Uit principe moeten alle gevaarlijke stoffen zoveel als mogelijk worden vervangen door niet of minder schadelijke stoffen. Dit is de bronaanpak of arbeidshygiënische strategie die de arbowet eist (art. 3 lid 1b en arbobesluit art. 4.4). Om toch met gevaarlijke stoffen te mogen werken, moet de werkgever aantonen dat vervanging door minder schadelijke stoffen niet mogelijk is. Het werken met gevaarlijke stoffen die niet vervangen kunnen worden is aan strenge voorschriften gebonden (zie Arboportaal).
Stoffen die voorkomen op de lijst van kankerverwekkende, mutagene, en voor de voortplanting giftige stoffen horen in principe niet op een school. Ook op de website veiligpracticum.nl zijn onveilige stoffen vermeld die beter vermeden kunnen worden.

Zie ook de norm Hanteren van kankerverwekkende stoffen.

Is het nog toegestaan met de stof: ammoniumdichromaat te werken?

Nee, in praktijk is werken met ammoniumdichromaat op school niet toegestaan.  
Ammoniumdichromaat staat op de SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen. De Arbowet eist van werkgevers dat zij die stoffen op die lijst vervangen door ongevaarlijke of minder gevaarlijke stoffen.

Als vervanging niet mogelijk is, dan moet de werkgever aantonen waarom het gebruik van de betreffende kankerverwekkende stof strikt noodzakelijk is. Zie voor een uitgebreide toelichting het advies : De SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen. Niet verboden maar wel vervangen

Houdt er rekening mee dat aan het in ‘huis’ hebben van kankerverwekkende-, mutagene- en reprotoxische stoffen, allerlei verplichtingen met zich meebrengen. Deze verplichtingen zijn te vinden in de onder de norm: Werken met kankerverwekkende stoffen.

Overigens is een beperkt aantal stoffen sowieso verboden (zie artikelen 4.58, 4.59, 4.61a van het Arbobesluit):
• 2-naftylamine en de zouten daarvan (CAS-nummer 91–59–8);
• 4-aminodifenyl en de zouten daarvan (CAS-nummer 92–67–1);
• benzidine en de zouten daarvan (CAS-nummer 92–87–5);
• 4-nitrodifenyl (CAS-nummer 92–93–3).
• propaansulton (CAS-nummer 1120–71–4)

en bij meer dan 1 volumeprocent:
• benzeen
• tetrachloorkoolstof
• pentachloorethaan en
• 1,1,2,2,-tetrachloorethaan.

Mogen leerlingen - ook buiten de practicalessen - werken met radioactieve stoffen?

Nee. Leerlingen mogen op grond van artikel 9 van het Besluit Stralingsbescherming  slechts onder toezicht van een stralingsdeskundige (minimaal diploma stralingshygiëne niveau 5a) handelingen binnen of buiten een practicumsituatie verrichten.

Als een school radioactieve bronnen bezit is de school vergunningsplichtig of meldingsplichtig (voor een inleiding op de wet- en regelgeving zie de brochure Gezond en veilig werken met straling).

Een school die radioactieve bronnen in bezit heeft, moet aan een groot aantal verplichtingen voldoen. De vraag is of het uitbesteden van het stralingspracticum, bijvoorbeeld aan het ISP (ioniserende stralen practicum) kostenefficiënter is.

In de Arbocatalogus-VO staat dat chloroform niet meer gebruikt mag worden. Is dit een advies of is het bindend?

Het verbod op chloroform is bindend op grond van de afspraken die de werkgevers en werknemers hebben gemaakt over invulling van de arbowet in scholen voor voortgezet onderwijs.
Die afspraken zijn vastgelegd in de Arbocatalogus-VO die onderdeel is van de cao-vo. Bij handhaving van de arbowet gaat de Inspectie-SZW (arbeidsinspectie) uit van de minimum-eisen in de Arbocatalogus-VO.

De Arbocatalogus-VO verbiedt expliciet ook het gebruik van asbest, benzeen, tetra, 1,1,2,2-tetrachloorethaan en penta-chloorethaan. Zie norm: Hanteren van gevaarlijke stoffen. Voor een lijst van stoffen die de NVON afraadt zie: veiligpracticum.nl

Wordt het personeel medisch onderzocht als asbest aanwezig is?

Nee, tenzij medewerkers zijn blootgesteld aan asbest.
Als asbest hechtgebonden is en er van blootstelling aan asbest dus geen sprake is, is een arbeidsgezondheidskundig onderzoek naar gezondheidseffecten van asbest niet nodig. Is er echter wel sprake van blootstelling aan asbest(stof) dan dienen de betrokken medewerkers ten minste éénmaal in de drie jaar opnieuw in de gelegenheid gesteld worden om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Artikel 18 van de arbowet verplicht het schoolbestuur om als werkgever een (arbeids)gezondheidskundig onderzoek aan het personeel aan te bieden. De gegevens uit het onderzoek moeten in het personeelsdossier worden opgeslagen. Het dossier moet minimaal 30 jaar worden bewaard. Het personeel mag het onderzoek weigeren. De weigering moet schriftelijk worden vastgelegd.

Wat is er gewijzigd in het etiketteren van chemicaliën die in school gebruikt worden?

Scholen die met chemicaliën werken moeten voldoen aan de verordening voor het indelen, etiketteren en verpakken van stoffen en mengsels (in het Engels Classification Labelling and Packaging, CLP). Wereldwijd worden chemische stoffen op dezelfde manier ingedeeld en geëtiketteerd. Deze afspraak wordt het Globally Harmonized System genoemd, afgekort het GHS.

Het GHS is sinds 2009 van kracht in Europa. Maar er geldt een overgangstermijn tot 2015. Vanaf juni 2015 moeten producenten en leveranciers al hun mengsels etiketteren volgens GHS. Voor enkelvoudige stoffen moet dat al vanaf 1 december 2010. Na juni 2017 mogen er geen chemische producten met oude etiketten meer in de handel zijn.

Met het GHS verdwijnen de R- en S-zinnen en de bekende oranje gevaarsymbolen.
Deze zijn vervangen door H- en P- zinnen en ruiten met rode rand.