Er zijn veel aspecten waarmee bij nieuwbouw rekening gehouden moet worden. Een nieuw lokaal moet een goede leer- en werkomgeving bieden. Het Kwaliteitskader Huisvesting voor funderend onderwijs biedt een integraal inzicht in relevante aspecten. Ook de aspecten die van belang zijn voor een veilige en gezonde werkplek. Het Kwaliteitskader bevat een koppeling naar de Arbocatalogus-VO. Werkplekken, zoals lokalen, moeten voldoen aan de Arbowet.
Normaal gesproken wordt in een programma van eisen met alle wet- en regelgeving rekening gehouden.
In bepaalde lokalen worden lessen verzorgd waarbij veiligheids- en gezondheidsrisico’s aan de orde zijn. Denk hierbij aan het gebruik van machines, gereedschappen, open vuur en gevaarlijke stoffen. Bij deze lokalen is het verstandig om een arbodeskundige (hogere veiligheidskundige en arbeidshygiënist) in de ontwerpfase te betrekken. Zo kan worden voorkomen dat bij de verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) blijkt dat in een lokaal aanpassingen nodig zijn om lessen veilig en gezond te verzorgen. Bijvoorbeeld door het installeren van puntafzuiging, het verbeteren van de ruimteventilatie of het aanpassen van de inrichting met optimale zichtlijnen als het gaat om het houden van toezicht.
De Arbowet schrijft werkgevers algemene doelen voor. Het lokaal moet zodanig ingericht worden dat er veilig en vitaal gewerkt kan worden. Er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van valgevaar (art. 3.16 Arbobesluit) en er moet genoeg bewegingsruimte zijn op de arbeidsplaats en genoeg luchtvolume zijn (art. 3.19 Arbobesluit). De eisen in de Arbowet bevatten meestal geen maat en getal, werkgevers moeten dit zelf invullen. Bij dat invullen moeten werkgevers zich laten leiden door de stand van de wetenschap en de professionele dienstverlening. Zij moeten de manier waarop zij aan hun wettelijke verplichting voldoen, kunnen verantwoorden/onderbouwen.
In de normen voor praktijk- vak- en theorielokalen in de Arbocatalogus-VO kunt u lezen hoe de Arbowet wordt ingevuld in het voortgezet onderwijs. Daar staat de normering per leslokaal voor een gezond binnenklimaat, een passende inrichting en uitrusting. Maar elk schoolgebouw, -populatie en formatie is anders. De Arbocatalogus-VO bevat een pas-toe-of-leg-uit clausule. De bestuurder heeft de mogelijkheid op een andere manier te voldoen aan de Arbowet.
Met docentenverenigingen en Platforms vmbo is de website VeiligePraktijklokalen.nl gemaakt. Voor verschillende profielen zijn er checklist waarmee gecontroleerd kan worden of een vaklokaal aan de veiligheidseisen voldoet.
Ja, de norm Algemene eisen voor het theorielokaal is actueel. Het doel van de norm is om te voorkomen dat er teveel personen in één lokaal verblijven, om zo de luchtkwaliteit in een leslokaal te optimaliseren.
Het gaat dan om:
Van de richtlijnen mag ook afgeweken worden, als de school daarmee aan de verplichtingen in de Arbowet voldoet en ze gelijkwaardige arbeidsomstandigheden realiseren. De bewijslast om te voldoen aan de eisen ligt bij de bestuurder en de handhaving ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Lees meer over de algemene eisen voor het theorielokaal in de Arbocatalogus-VO >>
Ja. In het Arbobesluit is een bepaling opgenomen over daglichttoetreding (hfdst 6, art. 6.3, lid 2): “Op arbeidsplaatsen komt, voor zover mogelijk, voldoende daglicht binnen en zijn voldoende voorzieningen voor kunstverlichting aanwezig.” Dat geldt dus voor vaklokalen, zoals het dramalokaal, maar ook voor ruimtes met een kantoorfunctie. In het Besluit bouwwerken leefomgeving art 3.81 (daglicht bestaande bouw) zijn de minimumeisen voor daglichttoetreding opgenomen.
De hoeveelheid licht is afhankelijk van het soort werk dat in een lokaal wordt verricht. Naast spiegelingen en te hoge contrasten kan ook de sterkte van de verlichting onvoldoende zijn. In een praktijklokaal is het belangrijk dat er daglicht naar binnen kan komen en er uitzicht naar buiten mogelijk is. Het verlichtingsniveau in het lokaal bedraagt omstreeks 300 lux. Tevens is er rekening gehouden met opstelling van de werkplekken, zodat er geen last is van verblinding, spiegeling of scherpe contrasten. In het Programma van Eisen Frisse Scholen, is informatie opgenomen over het visueel comfort van een lokaal. Voion gaat ervan uit dat de bouw en inrichting van het lokaal en de installaties zodanig is uitgevoerd dat tenminste voldaan kan worden aan het basisprogramma van eisen ‘Frisse scholen’ klasse C. Download hier het programma van eisen Frisse School.
Zie ook de norm Theorielokaal - Binnenklimaat
Te denken valt aan minimumruimte voor tafel en stoel, geluidsniveau en lichtinval.
Hoewel examenkandidaten formeel niet onder de Arbowet vallen is het bevoegd gezag wel degelijk verantwoordelijk voor hun veiligheid, niet alleen op grond van de WVO. Op grond van artikel 10 van de Arbowet moet de werkgever namelijk voorkomen dat er gevaar ontstaat voor de veiligheid en gezondheid van derden in de school, waaronder leerlingen, ouders en andere aanwezigen.
Dat betekent dat een school leerlingen examens moet laten maken in een daartoe geschikte, veilige en verantwoorde omgeving.
Concreet gaat het bij een ruimte voor eindexamens onder andere om:
Daarnaast heeft de school als werkgever een zorgplicht voor de medewerkers die tijdens examens aanwezig zijn, zoals surveillanten en ondersteunend personeel. Hoewel hun inzet tijdens een theoretisch eindexamen tijdelijk en beperkt van duur is, blijft de Arbowet hier van toepassing.
Kijk voor meer informatie over de veiligheidseisen de normen:
Zie voor meer informatie de normen:
- Theorielokaal - Algemene eisen
- Theorielokaal - Binnenklimaat
De verlichting in ons gebouw lijkt ontoereikend, omdat veel mensen klachten hebben, zoals hoofdpijn. Vooral in ruimtes met witte tafels.
De hoeveelheid licht is afhankelijk van het soort werk dat in een lokaal wordt verricht. Klachten zijn een signaal dat de verlichting niet in orde is. Naast spiegelingen en te hoge contrasten kan ook de sterkte van de verlichting onvoldoende zijn. In een praktijklokaal is het belangrijk dat er daglicht naar binnen kan komen en er uitzicht naar buiten mogelijk is. Het verlichtingsniveau in het lokaal bedraagt minimaal 300 lux. Tevens is er rekening gehouden met opstelling van de werkplekken, zodat er geen last is van verblinding, spiegeling of scherpe contrasten. In het Programma van Eisen Frisse Scholen, is informatie opgenomen over het visueel comfort van een lokaal. Voion gaat ervan uit dat de bouw en inrichting van het lokaal en de installaties zodanig is uitgevoerd dat tenminste voldaan kan worden aan het basisprogramma van eisen ‘Frisse scholen’ klasse C. Download hier het programma van eisen Frisse School.
Datum laatste wijziging:
donderdag 28 augustus 2008