Norm: Deskundige ondersteuning bij uitvoering arbobeleid

Inhoud van deze pagina

Vragen

Wordt onze RI&E goedgekeurd als deze door één persoon is ingevuld?

De essentie is dat alle risico's voor de veiligheid en gezondheid van werknemers (en derden) volledig en betrouwbaar zijn geïnventariseerd en dat er een passend plan van aanpak is opgesteld. Die risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) en plan van aanpak zijn op schrift gesteld.
De toetser (een gecertificeerde arbodeskundige) moet beoordelen of die RI&E volledig en betrouwbaar is. Om de betrouwbaarheid van een RI&E goed te kunnen beoordelen is het van belang te weten hoe de inventarisatie tot stand gekomen is en wie bij de inventarisatie zijn betrokken en geraadpleegd. Dat één persoon alle bevindingen samenbrengt in een document is dan niet relevant. Overigens is de Arboscan-VO, het RI&E instrument voor het voortgezet onderwijs, een branche erkend RI&E instrument.

Bestaat er een EHBO verplichting voor docenten lichamelijke opvoeding, techniek, beeldende vorming, motorvoertuigen e.d.?

Nee.
De arbowet schrijft geen specifieke opleidingen of cursussen voor. Ook in de Arbocatalogus-VO is afgezien van een norm die specifieke opleidingen voorschrijft. De werkgever moet echter werknemers aanwijzen die de rol van bedrijfshulpverlener (BHV'er) op zich nemen. Deze rol kan door elke medewerker ingevuld worden. BHV-ers moeten voldoende gekwalificeerd zijn om hun taken uit te kunnen voeren, en worden daartoe adequaat opgeleid. Het is daarom niet verplicht als docent in een van bovenstaande vakken een EHBO opleiding gevolgd te hebben.

Zie ook de norm over bedrijfshulpverlening

Mogen anderen dan een gecertificeerde bedrijfsarts het arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) uitvoeren?

Nee, alleen een gecertificeerde bedrijfsarts mag dit type onderzoek uitvoeren. Verwar een arbeidsgezondsheidskundig onderzoek niet met een een preventief medisch onderzoek (PMO) of onderzoek naar medewerkerstevredenheid (MTO). Zie de vraag: “Is een PAGO hetzelfde als een PMO of MTO?

Toelichting:

Art. 14 arbowet beschrijft taken waarbij de werkgever zich moet laten bijstaan door deskundigen.

lid 1 c 1 van artikel 14 noemt “het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 18” (het (PAGO). Welke kerndeskundige het PAGO mag uitvoeren, beschrijft art. 18 van de arbowet niet, dat is echter opgenomen in het arbobesluit:

  1. Artikel 2.14a. Taken deskundigen lid 2: “Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet”.

  2. In dat eerste lid staat dat een bedrijfsarts over een BIG-registratie moet beschikken

Is een PAGO hetzelfde als een PMO of MTO?

Nee, als het PMO of MTO eventuele gezondheidsschade als gevolg van beroeps-of arbeidsrisico’s niet onderzoeken.
Ja, in het geval het PMO of MTO ook specifiek onderzoek doet naar gezondheidseffecten die samenhangen met de risico’s die in de RI&E beschreven zijn.

Een PAGO is een arbeidsgezondsheidskundig onderzoek dat is gericht op het voorkomen of beperken van risico’s die de arbeid voor de gezondheid met zich brengt door gevolgen van de (beroeps)risico’s op de gezondheid te onderzoeken (zie verder onder het kopje Samenhang PAGO en RI&E).

Een preventief medisch onderzoek (PMO) is vaak breder van opzet. De inhoud is doorgaans voor alle werknemers hetzelfde. Het PMO is gericht op het vroeg onderkennen van gezondheidsproblemen die niet specifiek met beroepsrisico’s hoeven samen te hangen. Denk aan cholesterol, BMI en inventarisatie van leefstijlfactoren als bewegen, roken, alcohol gebruik en voeding (BRAVO). Vaak bevat een PMO ook checklist omgaan met werkdruk.

Ook en medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) is breder van opzet dan een PAGO. Dit onderzoek richt zich veelal op de beleving van beleid en besluitvorming in de organisatie, stijl van leidinggeven, functionele en sociale verhoudingen in het werk en ervaren werkdruk.

Samenhang PAGO en RI&E De RI&E verschaft inzicht in de gezondheidsrisico’s die samenhangen met het werk. Die risico’s kunnen verschillen per functie en de omstandigheden waaronder die functie wordt vervuld. Bijvoorbeeld. De gezondheidsrisico’s voor een TOA zijn anders dan voor de docent LO. De TOA staat mogelijk bloot aan gevaarlijke chemicaliën, de docent LO werkt mogelijk in een akoestisch slecht gymlokaal. Misschien brengt de werkwijze van die docent ook grote fysieke belasting met zich mee. Een PAGO voor de TOA zou uit een bloedonderzoek kunnen bestaan om vast te stellen of bepaalde chemicaliën zich in het lichaam ophopen. Stel dat dat vastgesteld wordt, dan is de conclusie dat preventieve maatregelen, zoals gerichte afzuiging van dampen of gassen, niet of onvoldoende effectief zijn. In het geval van de LO docent kan een PAGO bestaan uit een gehooronderzoek dat moet uitwijzen of slechte akoestische omstandigheden leiden tot gehoorschade en zal aandacht moeten besteden aan eventuele rugklachten of andere lichamelijke klachten die samenhangen met de beroepsuitoefening. De inhoud van het PAGO zal dus niet voor iedere werknemer gelijk zijn omdat de (beroeps)risico’s niet voor iedere werknemer gelijk zijn.