Norm: Theorielokaal - Binnenklimaat

Inhoud van deze pagina

Aan welke veiligheidseisen moet een ruimte voor eindexamens voldoen?

Te denken valt aan minimumruimte voor tafel en stoel, geluidsniveau en lichtinval.

Hoewel examenkandidaten formeel niet onder de Arbowet vallen is het bevoegd gezag wel degelijk verantwoordelijk voor hun veiligheid, niet alleen op grond van de WVO. Op grond van artikel 10 van de Arbowet moet de werkgever namelijk voorkomen dat er gevaar ontstaat voor de veiligheid en gezondheid van derden in de school, waaronder leerlingen, ouders en andere aanwezigen.

Dat betekent dat een school leerlingen examens moet laten maken in een daartoe geschikte, veilige en verantwoorde omgeving.

Concreet gaat het bij een ruimte voor eindexamens onder andere om:

  • voldoende ruimte per leerling (tafel, stoel en bewegingsruimte);
  • passende stoel- en tafelhoogte;
  • een aanvaardbaar geluidsniveau;
  • voldoende en niet-verblindende lichtinval;
  • een gezond binnenklimaat (temperatuur en ventilatie).

Daarnaast heeft de school als werkgever een zorgplicht voor de medewerkers die tijdens examens aanwezig zijn, zoals surveillanten en ondersteunend personeel. Hoewel hun inzet tijdens een theoretisch eindexamen tijdelijk en beperkt van duur is, blijft de Arbowet hier van toepassing.

Kijk voor meer informatie over de veiligheidseisen de normen:

Zie voor meer informatie de normen:
- Theorielokaal - Algemene eisen
- Theorielokaal - Binnenklimaat

Ik ben leraar op een middelbare school en heb stemproblemen. Is er informatie over hulpmiddelen?

Ja, een van de schoolvoorbeelden in de Arbocatalogus-VO gaat over een stemversterker (klik hier). Aanschaffen van een hulpmiddel is een (laatste) redmiddel. Inzetten op het voorkomen van stemproblemen is belangrijker. Daar gaat het schoolvoorbeeld “Een stem- en presentatietraining als preventieve maatregel ter voorkoming van uitval” over. Tenslotte; de website leraar24 heeft een dossier gewijd aan stemgebruik met achtergrondinformatie, tips en trucs. Zie dossier stemgebruik.

Moet er daglicht naar binnen komen in ons dramalokaal? En hoe zit dat voor kantoorruimte?

Ja. In het Arbobesluit is een bepaling opgenomen over daglichttoetreding (hfdst 6, art. 6.3, lid 2): “Op arbeidsplaatsen komt, voor zover mogelijk, voldoende daglicht binnen en zijn voldoende voorzieningen voor kunstverlichting aanwezig.” Dat geldt dus voor vaklokalen, zoals het dramalokaal, maar ook voor ruimtes met een kantoorfunctie. In het Besluit bouwwerken leefomgeving art 3.81 (daglicht bestaande bouw) zijn de minimumeisen voor daglichttoetreding opgenomen.

De hoeveelheid licht is afhankelijk van het soort werk dat in een lokaal wordt verricht. Naast spiegelingen en te hoge contrasten kan ook de sterkte van de verlichting onvoldoende zijn. In een praktijklokaal is het belangrijk dat er daglicht naar binnen kan komen en er uitzicht naar buiten mogelijk is. Het verlichtingsniveau in het lokaal bedraagt omstreeks 300 lux. Tevens is er rekening gehouden met opstelling van de werkplekken, zodat er geen last is van verblinding, spiegeling of scherpe contrasten. In het Programma van Eisen Frisse Scholen, is informatie opgenomen over het visueel comfort van een lokaal. Voion gaat ervan uit dat de bouw en inrichting van het lokaal en de installaties zodanig is uitgevoerd dat tenminste voldaan kan worden aan het basisprogramma van eisen ‘Frisse scholen’ klasse C. Download hier het programma van eisen Frisse School.

Zie ook de norm Theorielokaal - Binnenklimaat

Wat is de juiste lichtintensiteit en kleurtemperatuur in ons schoolgebouw?

De verlichting in ons gebouw lijkt ontoereikend, omdat veel mensen klachten hebben, zoals hoofdpijn. Vooral in ruimtes met witte tafels.

De hoeveelheid licht is afhankelijk van het soort werk dat in een lokaal wordt verricht. Klachten zijn een signaal dat de verlichting niet in orde is. Naast spiegelingen en te hoge contrasten kan ook de sterkte van de verlichting onvoldoende zijn. In een praktijklokaal is het belangrijk dat er daglicht naar binnen kan komen en er uitzicht naar buiten mogelijk is. Het verlichtingsniveau in het lokaal bedraagt minimaal 300 lux. Tevens is er rekening gehouden met opstelling van de werkplekken, zodat er geen last is van verblinding, spiegeling of scherpe contrasten. In het Programma van Eisen Frisse Scholen, is informatie opgenomen over het visueel comfort van een lokaal. Voion gaat ervan uit dat de bouw en inrichting van het lokaal en de installaties zodanig is uitgevoerd dat tenminste voldaan kan worden aan het basisprogramma van eisen ‘Frisse scholen’ klasse C. Download hier het programma van eisen Frisse School.